SAT 24 OCT, NOON → SUN 25 OCT, NOON
SAT 24/10 → SUN 25/10
Join us

Vertragen als vorm van waakzame werkzaamheid

Tekst door Christel Stalpaert Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen, Universiteit Gent

Vertragen als vorm van waakzame werkzaamheid

Christel Stalpaert Vakgroep Kunst-, Muziek- en Theaterwetenschappen, Universiteit Gent

‍

Wie aan de universiteit werkt, kent het gevoel: er is altijd nog een aanvraag te

schrijven, een paper af te werken, een evaluatieformulier in te vullen, een volgende

deadline die zich aandient. De academische wereld draait op ritmes van

productiviteit, zichtbaarheid en meetbaarheid. Dat is begrijpelijk. Universiteiten

dragen verantwoordelijkheid voor kennisontwikkeling in een complexe samenleving.

Maar soms dreigt de snelheid waarmee kennis moet circuleren ook het denken zelf

te overschaduwen.

‍

In mijn onderzoek en onderwijs keer ik daarom steeds terug naar een eenvoudige

vraag: hoe kunnen we goed functioneren binnen een kennisinstelling zonder volledig

op te gaan in haar versnelling? Hoe blijven we werkzaam zonder ons uitsluitend te

laten leiden door de logica van efficiëntie? Zoals de Duitse filosoof en

kunsttheoreticus Gerald Raunig in Factories of Knowledge (2013) beschrijft,

functioneren universiteiten steeds vaker binnen de logica van het cognitief

kapitalisme, waarin niet alleen goederen maar ook aandacht, creativiteit en kennis

voortdurend gevaloriseerd moeten worden, en waarin hurry is the normality de

impliciete norm is geworden. We komen zo in een sluimerstand terecht waarin we

blijven functioneren, produceren en presteren, maar steeds minder tijd en ruimte

vinden om kritisch te reflecteren op de structuren waarvan we deel uitmaken. Precies

daarom is het creëren van gedeelde tijd om te denken geen luxe, maar een

intellectuele noodzaak. Vertragen wordt dan een waakzame oefening: het

beschermen van de tijd die nodig is voor twijfel, verbeelding en meerstemmigheid.

Die vraag naar waakzame vertraging raakt aan een langere geschiedenis. De Indiase

schrijver Amitav Ghosh legt in De vloek van de nootmuskaat (2023) scherp bloot hoe

de moderne westerse vooruitgangsidee verbonden is met een mechanistisch

wereldbeeld: de natuur als grondstof, de mens als beheerder, kennis als instrument

van controle. Die manier van denken heeft onmiskenbaar bijgedragen aan meer

welvaart, betere levensomstandigheden en langere levensverwachtingen. Maar de

baten ervan werden ongelijk verdeeld en de vooruitgangsidee ging gepaard met

vormen van uitsluiting en epistemisch geweld. Andere – en vaak tragere – manieren

van weten, zoals belichaamde, intergenerationele of ervaringsgerichte kennis,

werden ontwaard en naar de marge verdrongen. En hoewel de universiteit vandaag

een heel andere plaats is dan de koloniale instellingen waarover Ghosh schrijft, zijn

bepaalde denkpatronen opmerkelijk hardnekkig overeind gebleven. Ook nu nog

wordt kennis al te gemakkelijk uitsluitend beoordeeld volgens criteria vanrendement, impact en output.

‍

De uitdaging bestaat erin die logica te verschalken en

open te breken.

‍

Daarom geloof ik steeds meer in de waarde van vertraging. Niet als nostalgisch

verlangen naar een langzamer verleden, maar als noodzakelijke voorwaarde om

waakzaam te kunnen denken. Ideeën hebben tijd nodig om te rijpen. Inzichten

ontstaan zelden op commando. Ze groeien in gesprekken, in twijfel, in het herlezen

van notities, in ontmoetingen tussen mensen die verschillende talen, disciplines en

ervaringen meebrengen. Vertragen betekent voor mij dan ook niet minder werken.

Integendeel. Het betekent aandachtiger werken. Het betekent ruimte maken voor

meerstemmigheid in plaats van onmiddellijk naar consensus te streven. Het betekent

onderwijs beschouwen als een gedeeld proces van onderzoek, eerder dan als een

efficiënte overdracht van kennis. En het betekent erkennen dat belangrijke kennis

vaak ontstaat op onverwachte plekken: in workshops met studenten, in

engagementen met artistieke praktijken en lokale burgerinitiatieven, tijdens

wandelingen met betrokken medeburgers, in het delen van ervaringen met mensen

die doorgaans niet als expert worden beschouwd.

‍

In veel van de onderzoeks- en onderwijsprojecten waaraan ik de voorbije jaren mocht

meewerken, heb ik gezien hoe waardevol zulke momenten van vertraging kunnen

zijn. Wanneer studenten, kunstenaars en onderzoekers samen lezen, annoteren,

discussiëren en elkaars gedachten aanvullen, ontstaat een andere vorm van leren.

Niet het individu staat dan centraal, maar de kennisrelatie. Niet de prestatie, maar

de gezamenlijke zoektocht. Misschien ligt daarin een belangrijke opgave voor de

universiteit van de toekomst. Niet om zich terug te trekken uit de wereld, maar om

ruimtes te creëren waar denken opnieuw ademruimte krijgt. Waar snelheid niet de

enige maatstaf is. Waar we leren schakelen tussen handelen en reflecteren, tussen

expertise en luisteren, tussen produceren en zorgen.

In een tijd waarin ons lichaam als vanzelfsprekend in een haast-modus moet

(over)leven, is vertragen geen teken van zwakte. Het is een vorm van intellectuele en

maatschappelijke verantwoordelijkheid. Soms is juist de kleine onderbreking, de

aarzeling of de omweg nodig om andere mogelijkheden zichtbaar te maken. Daar

begint niet alleen het kritische denken, maar ook de verbeelding van een universiteit

– en bij uitbreiding een wereld – die meerstemmig, zorgzaam en toekomstgericht

durft te zijn.

‍

De tekst kadert binnen een bredere onderzoekshouding die Christel in het cultuurmagazine Rekto:Verso uit de doeken deed.